Voetbal
Voetbal is al decennialang het favoriete spel van miljarden mensen. Het is een bal van leer die over gras rolt, maar ook een spiegel waarin de wereld zichzelf bekijkt. Het schonk vreugde die generaties overleefde en verdriet dat zich nestelde in de herinnering. Het bracht vreemden samen in omhelzingen en dreef hen uiteen in wanhoop. Soms legde het oorlogen even het zwijgen op, alsof de mensheid zich een moment herinnerde dat spelen belangrijker was dan doden. Vaker werd het gebruikt door machthebbers die de glans van het spel wilden lenen om hun eigen schaduw te verbergen.
Politiek liep altijd mee langs de zijlijn. Commercie zat al vroeg op de eretribune. En bestuurders die het spel dienden door het te misbruiken, zijn geen uitvinding van vandaag. Niet alleen Gianni Infantino draagt die erfenis. Voor hem waren er João Havelange en Sepp Blatter, mannen die spraken over voetbal alsof het een tempel was, terwijl zij de sleutels van de kassa bewaakten. Ook over de gastlanden van de grote toernooien valt veel te zeggen. Over stadions die verrezen uit zand en stilte. Over arbeiders zonder naam. Over vlaggen die harder wapperden dan de vrijheid die zij beweerden te vertegenwoordigen.
Elke kritiek is terecht. Elke vraag moet gesteld worden. Want wie van voetbal houdt, mag het niet sparen.
En toch.
Nu donderdag de bal weer gaat rollen, hoop ik opnieuw op schoonheid. Op een onverwachte pass die de logica tart. Op sportiviteit die even sterker blijkt dan het cynisme van onze tijd. Op kleine momenten van verzet, wanneer spelers laten zien dat een mens meer is dan een sponsorcontract of een propagandamiddel. Ik hoop op doelpunten die klinken als poëzie en op reddingen die de zwaartekracht beledigen.
Ik hoop op drama in Shakespeareaanse vorm: koningen die vallen, dwazen die verrassen, helden die struikelen en onbekenden die onsterfelijk worden. Want voetbal is, op zijn mooiste dagen, geen bedrijf en geen ideologie. Het is een verhaal dat zichzelf schrijft terwijl wij kijken.
De komende weken wil ik daarom columns schrijven over voetbal. Niet over statistieken, expected goals of spreadsheets. Anderen kunnen de cijfers tellen. Mij interesseert het spel en het leven dat erin verscholen ligt. De man op de tribune die zijn overleden vader herkent in een lied. Het kind dat droomt bij een dribbel. De speler die na negentig minuten beseft dat overwinning en verlies slechts tijdelijke bezoekers zijn.
Want ergens tussen de eerste fluitsignaal en de laatste minuut vertelt voetbal ons steeds opnieuw hetzelfde geheim: dat de mens, ondanks alles, blijft verlangen naar schoonheid.


Wauw Sinan, jij kunt zo schrijven dat ik blijf lezen en ik heb niets met voetbal. Terwijl hele straten weer getooid worden met oranje vlaggetjes voel ik mij een zelfgekozen outsider. Maar ik gun iedere voetbalfan zijn plezier (en jou in het bijzonder) onvergetelijke, poëtische doelpunten!